Home » Taaltip: Updaten

Taaltip: Updaten

  • updaten
  • update, updatet
  • updatete, updateten
  • geüpdatet, geüpdatete

Voorbeelden

  • Er is iets misgegaan, toen ze het bestand updateten.
  • Het geüpdatete bestand wordt automatisch verzonden.

Nog beter

Een Nederlands alternatief is nog beter. Enkele voorbeelden:

  • actualiseren
  • bijwerken
  • herzien
  • op de hoogte brengen
  • bijpraten